Een onverwachte bezoeker (Rif)

Geschreven door Brenda (15).

Toen ik klein was zag ik al Magische Entiteiten en speelde en praatte ik vaak met ze. Maar zodra ik ongeveer 5 jaar was zag ik ze niet meer en kon ik ook niet meer met ze praten. In het begin miste ik ze erg. Maar later concentreerde ik me op andere dingen en een paar jaar later was ik zelfs vergeten dat ik het nog kon. Maar daar kwam verandering in ongeveer 10 jaar later.

Op een ochtend kwam mijn moeder de kamer binnen. Het was vakantie en ik sliep uit. Mijn moeder zei dat er een hele rare, vieze lucht in mijn kamer hing. Ik rook het nauwelijks. Ik had er geen last van maar mijn moeder probeerde meteen van alles om de lucht weg te krijgen. Ze zette de ramen open. Brandde wierrook. Probeerde verschillende luchtjes in mijn kamer maar elke avond kwam de lucht terug. Mijn moeder wist niet wat ze eraan moest doen. Ze haalde mijn zusje erbij om te vragen of zij een entiteit in mijn kamer zag. Mijn zusje zei na een tijdje dat ze een entiteit zag met een das in zijn armen liggend. Maar ze kon nauwelijks contact met hem krijgen. Ze zei dat ik het moest proberen. Dus ik liep naar mijn kamer en ging op bed zitten. Ik sloot mijn ogen en wachtte tot de man kwam. Na een tijdje verscheen hij vaag voor mijn ogen. Een man die vele dieren bij zich had. Hij keek geschrokken en leek in paniek. Ik probeerde tegen hem te praten. Ik vroeg hem wie hij was en waar hij vandaan kwam. Hij zei dat hij uit een andere wereld kwam. Van een andere planeet uit een ander zonnestelsel. Hij zei dat hij in zijn eigen wereld een poort zag staan en uit nieuwsgierigheid wilde ontdekken wat dat voor een ding was en waar die je heenbracht. Dus hij liep erop af en ging erdoorheen. Hij kwam hier op aarde terecht. Hij vond onze aarde vreemd. We deden hier niet veel met dieren. Er bestaan hier een aantal diersoorten niet. We gebruiken allerlei rare apparaten en machines. ‘In mijn wereld gebruiken wij haast geen apparaten en machines. We werken samen met dieren en samen hebben we daar geen machines voor nodig’ zei hij. En wat hij nog een van de ergste dingen vond was dat hij genegeerd werd door de mensen hier op aarde. Nadat hij zijn hele verhaal had gedaan begon ik uit te leggen waarom hier alles zo anders was. Dat wij hier niet veel met dieren doen op zielsniveau. Wij zijn niet verbonden met de zielen van dieren. Maar enkele mensen hier op aarde zijn dat, legde ik hem uit. Ik legde hem ook uit dat hij onzichtbaar is, hij is onzichtbaar omdat hij een Magische Entiteit is, iemand van een andere wereld. En onze wereld was nog niet zover ontwikkeld om hun te kunnen zien. Ik legde hem uit dat hij zichtbaar werd in 2012. En dat is dezelfde datum dat hij terug kan keren naar zijn eigen wereld. Hij vond het jammer dat hij niet direct terug kon omdat hij bang was voor deze ‘rare’ wereld. Na een tijd te hebben gepraat voor een oplossing bedacht hij het plots. Hij zei: ‘Als ik dan toch moet wachten tot 2012, laat ik dan maar gelijk deze wereld gaan verkennen. Ik neem mijn dieren mee en ga een wereldreis maken.’ Op dat moment werd hij vrolijk en al zijn angst verdween. Ik zag hem nu veel duidelijker en ik zag ook welke dieren hij bij zich had. Ik zag de das in zijn armen liggen en schichtig om zich heen kijken. En ik zag zes kleine boommartertjes vrolijk heen en weer rennen. Ik keek naar ze. De man zag het en glimlachte. Vrolijk begon hij uit te leggen hoe hij aan al zijn dieren kwam, wat hun namen waren, wat ze allemaal konden en wat voor karakter ze hadden. Toen vond hij het tijd om te vertrekken. Hij liep naar het raam met zijn dieren. Maar er sprong een klein boommartertje op mijn schoot. Hij kwispelde met zijn staart en keek me aan met glinsterende pretoogjes. De man draaide zich om. Hij zei dat hij wel kon zien dat de marter bij mij wou blijven. Hij vond het goed dat de marter bij mij bleef en hij legde uit wat voor speciale verzorging hij nodig had en wat voor streken hij zou kunnen uithalen. Tot slot vertelde hij dat de boommarter ‘Rif’ heette. Ik herhaalde zijn naam en Rif keek meteen op en kwispelde. Hij klom op mijn schouder en ging in mijn nek liggen. Samen namen Rif en ik afscheid van de man en zijn dieren.

Ik heb Rif nog steeds bij me en het is een kleine, vrolijke, maar vooral ondeugende marter.