Intuïtie oefeningen
Een aantal oefeningen om je intuïtie te ontwikkelen.
Oefening 1
Zodra de telefoon gaat, noem dan meteen de naam van de persoon, waarvan jij denkt of voelt dat die je belt. Maar hier een
gewoonte van en doe dit met regelmaat, het liefst dagelijks.
Wees niet teleurgesteld als je het vaak mis hebt. Je zult
gaan merken dat je het na een tijdje steeds vaker juist hebt. Het is hierbij belangrijk dat je niet na gaat denken, want dan
maak je het alleen maar moeilijker voor jezelf.
Oefening 2
Voordat je aan deze oefening begint is het verstandig om eerst je hoofd leeg te maken. Het is belangrijk dat je helder en
ontspannen bent.
Pak een spel speelkaarten en schud het stapeltje goed. Leg ze daarna op of naast elkaar neer, met de rug
naar boven. Je begint met het raden van de kleur van de kaart die je van het stapeltje pakt.
Doe dit voor vijf minuten.
Daarna stop je en ga je even wat anders doen. Na ongeveer een kwartiertje kun je de oefening weer herhalen, maar doe dit weer
niet langer als vijf minuten. Als je daar klaar mee bent, is het verstandig om te stoppen. Je kunt de oefening de volgende
dag herhalen.
Oefening 3
Dit is een vervolg op oefening 2. Als het je goed afgaat om de kleur te raden, kun je in plaats van de kleur ook de soort
gaan raden. Dus: Is de kaart een schoppen, klaver, hart of ruit?
Maak van tevoren je hoofd weer leeg, en doe ook deze
oefening niet te lang. Je zult namelijk meer fouten gaan maken als je je teveel en te lang inspant.
Oefening 4
Je kunt deze oefening als een 'gevorderde' oefening zien van de oefeningen met de spelkaarten. Zodra je gemiddeld drie van
de vijf kaarten goed raad, kun je deze oefening gaan proberen.
Nu is het de bedoeling om naast de kleur en soort, ook het
getal (of afbeelding) te gaan raden.
Het is belangrijk dat je voor deze oefeningen niet prestatiegericht bezig bent. Je
doet dit voor je plezier, niet om jezelf te bewijzen! Als je creatief bezig bent, zul je ook minder fouten maken dan dat je
geforceerd bezig bent.
Oefening 5
- Ga alleen in een kamer zitten of liggen en sluit je ogen.
- Neem je omgeving waar: Luister naar de geluiden in en rondom de kamer, voel en ruik je omgeving. Sta nergens bij stil, maar
observeer.
- Kijk naar de kamer met je ogen gesloten. Zijn er objecten die je waarneemt? Sommigen zien gekleurde vlakken, anderen zien
grijstinten. Als je niets ziet is het niet erg, ga dan gewoon verder met de oefening.
- Ga nu in gedachten, terwijl je je ogen gesloten houdt, naar de aangrenzende kamer. Neem je daar iets waar?
- Ga heel het huis af, en daarna verder met de directe buitenwereld.
Herhaal deze oefening een aantal keren voordat je verder gaat. Er mag een tijdje tussenzitten tussen twee oefenmomenten,
maar dat hoeft niet. Je kan de oefening voor een aantal dagen iedere dag herhalen.
Als je meubels en andere objecten (ook
dieren en planten) in je omgeving kan waarnemen met gesloten ogen, kun je doorgaan met de volgende oefening. De vormen die
je met gesloten ogen ziet, hoeven niet overeen te komen met de werkelijkheid. Sommige objecten kunnen vervormd zijn (of
enkel de omtrekken), of uitvergroot. Sta hier niet bij stil en ga verder zodra je denkt dat je je omgeving bewust
aanvoelt.
Oefening 6
Deze is hetzelfde als de vorige oefening, maar deze doe je met je ogen open. Neem zoveel mogelijk dingen waar in je omgeving.
Gebruik al je zintuigen hiervoor. Sta nergens bij stil, maar observeer alleen.
















