Telepathie

Telepathie is het overbrengen van energie naar een ander persoon, zonder gebruik te maken van fysieke mogelijkheden zoals praten en schrijven. Deze energie kan bestaan uit gevoelens, gedachten, beelden, smaken, geuren, etc. Je kunt zo communiceren met elkaar via gedachten.
Dit is de manier waarop dieren met elkaar communiceren, want zij gebruiken geen taal zoals wij. Of baby’s die nog niet kunnen praten. Zij hebben telepathisch contact met hun omgeving. Bij de Aboriginals is telepathie een overlevingsvorm. Kinderen én volwassenen staan voortdurend met elkaar in contact. Ook bestaan er theorieën dat dit de vorm van communicatie was die gebruikt werd in de Oertijd.
Door het gebruik van taal beperken wij ons behoorlijk. Zo kunnen wij niet met mensen uit andere werelddelen praten, omdat ze een andere taal spreken. Hier hebben dieren geen last van, omdat telepathie een universele taal is. Ze staan voortdurend in contact met elkaar, maar ook met ons. Zo weten ze achterin een kudde precies wat er zich voorin afspeelt.
Iedereen kan leren om op deze manier te communiceren, omdat we er van nature al voor open staan. Denk er maar eens over na: Als je ineens de ingeving krijgt om de waterbak van je hond te vullen, denk je dat je hier dan zelf op kwam of omdat het je 'toevallig' toch werd ingefluisterd door je hond?
Je kan zowel met iemand contact leggen die in dezelfde kamer zit als iemand die aan de andere kant van de wereld zit. Er is geen limiet aan afstand bij telepathie, en er is ook geen oogcontact voor nodig.

Andere vormen

Naast de 'normale' vorm, waarin je bijvoorbeeld een gesprek aangaat, zijn er ook andere vormen. Eentje hiervan is uitzenden (of 'broadcasting'). Hierbij verstuur je telepathische signalen naar grote groepen mensen. Bijvoorbeeld de boodschap: "Aan de kant, ik moet er langs," in de stad in een drukke straat. Onbewust zijn veel mensen hier gevoelig voor, en zullen dus aan de kant gaan (bewust of niet). Je kan dit 'uitzenden' vergelijken met een uitzending van een radiostation.

Een andere vorm is het 'pingen'. Bij het pingen stuur je korte boodschappen naar iemand door. Vaak wordt het gebruikt om iemand te kunnen waarschuwen zonder dat je echt communiceert met iemand. Ook kun je kijken of een andere telepaat zin of tijd heeft om te 'praten', of om de aandacht te trekken van iemand.
Omdat pingen een vereenvoudigde vorm is van telepathie, kun je hier mee beginnen met oefenen als telepathie je niet lukt.

Ook is er een vorm die gebruikt wordt bij het gedachtelezen of als spionagetechniek. Termen hiervoor zijn 'scanning' en 'probes' (of sondes). Je kunt dit zien als een soort sliert van energie die geprogrammeerd is om de dingen naar je te vervoeren die je wilt hebben. Deze technieken kunnen gebruikt worden zonder dat de persoon of het doel zich hiervan bewust is. Het kan alleen erg moeilijk worden als de persoon in kwestie erg gevoelig is.
Je kunt je ook beschermen tegen gedachtelezen. Kijk hier maar voor een eenvoudige oefening.

Oefeningen

Deze oefeningen doe je samen met iemand anders. De een is de zender, de ander de ontvanger. De ontvanger maakt zijn hoofd leeg en zorgt ervoor dat hij of zij rustig zit. De zender concentreert zich op een getal tussen de 1 en 10. Als je het duidelijk voor je ziet, en er klaar voor bent, stuur je het beeld naar de ander toe. De ontvanger zal dit cijfer dan doorkrijgen door een ‘weten’, een gevoel, een beeld, een geluid ...
Als dit steeds beter gaat, kun je steeds grotere getallen nemen, zoals een cijfer tussen 1 en 20. Naast cijfers kun je ook dingen nemen als fruit, dieren of kleuren.
In het begin is het handig om een kleine keuzelijst te maken. Dus bijvoorbeeld een keuze uit vier of vijf kleuren.

De volgende oefeningen zijn om het pingen te oefenen.
Bij deze oefening bevinden de zender en de ontvanger zich in een aparte ruimte van elkaar. Je gaat beiden comfortabel en rustig zitten, op een plek waar je niet gestoord wordt. De zender neemt nu de persoon voor zich die hij wilt pingen. Dit kun je doen door hem voor te stellen, of door een voorwerp van hem of haar vast te houden.
Concentreer je en probeer je voor te stellen wat voor gevoel deze persoon je geeft. Sluit je helemaal af van de buitenwereld. Als je het gevoel hebt dat je de persoon kunt bereiken, kun je een kort woord, zoals 'hoi' of 'test', of een klank naar deze persoon sturen. Dit doe je door aan het woord (of klank) te denken en tegelijkertijd te visualiseren dat je het richting de persoon stuurt.

Bij deze oefening bevinden de zender en de ontvanger zich in dezelfde ruimte. De ontvanger heeft een papiertje en een pen of potlood nodig.
De zender pingt de ontvanger nu op dezelfde manier als de vorige oefening. De ontvanger concentreert zich op zichzelf en maakt zijn of haar hoofd leeg. Spreek van tevoren af welk woord of klank je verstuurt. De zender probeert de ander vijf keer te pingen. De ontvanger zet een kruisje op het papier als hij merkte dat hij werd gepingd.
Zo kun je zien hoe goed je erin bent, en kun je kijken of het verbetert als je deze oefening vaker doet.