Julie
Naar aanleiding van een droom.
Julie rende over straat. Ze had haast, want ze was bijna te laat op school. Ze had zich verslapen. Dat gebeurde vaak. Maar
de docent zei dat als het nog eens zou gebeuren ze na moest blijven. En dat wou ze natuurlijk niet. Ze rende naar het
stoplicht. Het stoplicht stond op oranje, dat kon ze nog wel halen dacht Julie. Ze rende langs het stoplicht de weg over. Het
stoplicht was al op rood gesprongen. Auto's toeterden en sommige mensen stonden boven op de rem om op tijd stil te staan. Er
kwam een grote zwarte bestelbus aanrijden. De auto moest ook hard remmen en stond net voor Julie stil. Julie schrok ervan,
zo dichtbij als hij kwam. Maar ze had geen tijd om te schrikken en bij te komen want dan was ze echt te laat. Ze rende van de
kruising af, de stoep op. Er stonden mensen naar de kruising te kijken, maar Julie had geen tijd om te zien waarom. Snel
vervolgde ze haar weg naar school. Eenmaal op het schoolplein aangekomen zag Julie dat het hele plein al leeg was. Ze rende
snel de school in. "Oh nee.. Nu ben ik te laat! Nu moet ik dus gaan nablijven..." Op de gang zag ze twee van haar
klasgenoten, die ook te laat waren, en zich naar het lokaal snelden. Ze voegde zich bij hen. De andere twee leerlingen gaven
Julie geen aandacht en keken niet eens om. Zo ging het altijd op school. Julie had geen vrienden en werd genegeerd. Zelfs
door de leraren. Bij elke les zat ze alleen. Ze zat in het tweede leerjaar van de middelbare school en was veertien jaar.
Julie volgde haar klasgenoten naar het lokaal waar ze Engels hadden. De klasgenoten klopten op de deur en liepen naar binnen.
Julie schoot nog net op tijd naar binnen voordat de deur dichtviel. "Ga maar zitten jullie. Ik schrijf jullie op als te
laat," zei de docent. Julie zuchtte. Het was haar niet gelukt om op tijd te komen. Ze ging zitten. De rest van de les verliep
normaal voor haar. De docent legde de hele les saaie dingen uit. Niemand luisterde ernaar. Iedereen was met elkaar aan het
kletsen en Julie werd zoals altijd genegeerd. De les was afgelopen. Julie stond op. Ze had haar boeken niet eens uit de tas
gehaald. Ze deed haar tas op de schouders en liep het lokaal uit. Ze had nu een tussenuur, dus ging ze maar de stad in. Ze
liep de school uit. Ze liep over straat. Daar zag ze een jongen lopen. Een jongen die ze nog nooit had gezien. Hij kwam haar
kant op. Julie bleef staan en keek naar de jongen. Hij kwam echt op haar af, dacht ze. En inderdaad: de jongen liep naar
Julie toe en bleef voor haar staan. "Hallo, mijn naam is Riley. Leuk om je te ontmoeten," zei de jongen. "Mijn naam is Julie.
Ook leuk om jou te ontmoeten," antwoordde Julie. Ze bekeek de jongen goed. Hij had zwart haar en hier en daar stond een
plukje omhoog. Hij had helderblauwe ogen. Hij lachte vriendelijk naar Julie. Julie schatte hem zo'n jaar of zeventien. "Kan
ik je ergens mee helpen misschien?" vroeg Julie. "Nee. Ik ben hier om jou te helpen. Wil je mij misschien even volgen?" "Mij
helpen? Ik heb geen hulp nodig," zei Julie. Riley dacht even na. "Goed dan. Je helpt mij door even mee te lopen," vervolgde
hij toen. "Okey dan." Julie liep achter de jongen aan. Ze liepen samen door de straten. Na een aantal straten stond Riley
stil. Ze stonden voor een kruising. De kruising stond vol met mensen en er stonden een aantal politieauto's en ambulances.
"Ach, is hier een ongeluk gebeurd? Wat erg!" zei Julie. "Herken je de kruising niet ergens van?" vroeg Riley. Julie keek
rond. "Hé, dit is de kruising waar ik vanmorgen ben overgestoken! Hier was ik bijna aangereden..." zei Julie. "Sorry... Maar
je bent wel aangereden," zei Riley voorzichtig. "De zwarte bestelbus kon niet op tijd stoppen. Hij raakte je." Riley keek
naar Julie, haar reactie afwachtend. Julie keek geschrokken en ongeloofwaardig naar Riley. "Dat kan niet! Je liegt!" riep
Julie uit. "Je pest me gewoon! Het is niet waar wat je zegt." "Het is wel waar. Kijk zelf maar," antwoordde hij.
Julie keek naar de mensenmassa en liep er onzeker naartoe. Wat als het waar was? Maar nee, het kon niet waar zijn. Ze had het
gezien! Ze had gezien dat de auto stopte. Met haar hoofd vol van gedachten, drong ze zich door de mensenmassa naar voren. Ze
kwam bij een lint. Een lint waar mensen niet door mochten. Julie stapte over het lint heen. Ze liep naar het midden van de
kruising. Ze zag een meisje roerloos op de grond liggen in een rare houding. De tranen stroomden over Julie's wangen. Maar...
dat was ze wel! Het was toch Julie die geraakt was. Haar lichaam lag deels op haar zij en deels op haar rug. Haar ogen waren
geopend. Julie huilt. Ze snapte niet hoe het kon dat ze naar zichzelf stond te kijken. Ze voelde een hand op haar schouder.
Ze keek om. Riley stond achter haar. "Kom. Dan gaan we weg uit deze drukte," zei hij. Julie volgde hem. Riley liep het
stadspark in en ging op een bankje zitten. Julie liep achter hem aan en ging naast hem zitten. Er viel een stilte. "Wat kan
ik nu doen?" vroeg ze na een tijdje. "Blijf ik nu zo? En... ben jij ook dood?" Julie keek Riley aan. "Nee, je blijft niet zo.
Ik ga je helpen om de overgang naar het licht te maken. En ja, ik ben ook dood. Ik ben een soort van engel die zielen als jij
helpt om het licht in te gaan. Daarom kwam ik dus naar je toe," zei Riley. "Er is nog iets dat je hier houdt. Iets dat je nog
te weten wilt komen. Vertel eens. Wat is dat?" "Vertel eens over jezelf en familie," voegde Riley er aan toe. "Ik heb haast
geen familie. Ik woon samen met mijn moeder en mijn zus Morgan van 19. mijn moeder wilt niets zeggen over mijn vader. En
verder is er geen familie," zei
Julie. "Dan moeten we uitzoeken wat er met je vader is gebeurd. Als je dat weet kun je naar het licht." "Dan moeten we dus
naar mijn moeder en naar Morgan toe. Maar die zeggen het toch nooit," zei Julie wat verontwaardigd. "We zullen zien. Eerst
moeten we zorgen dat ze weten dat je er bent." "Da's niet moeilijk. Ze zijn spiritueel en dat vond ik altijd eng. Daarom was
ik niet vaak in hun buurt en was ik alleen buiten." "Okay. Laten we dan naar ze toe gaan," zei Riley en hij stak zijn hand
uit. Julie pakte zijn hand vast. Samen stonden ze op en liepen ze naar Julie's huis.
Julie zag twee auto's op de oprit staan. Een van haar moeder en de ander was van een vriendin van haar moeder. "Oh nee, hè!
Die vriendin is er! Dat is zo'n medium!" riep Julie uit. "Dat komt voor ons goed uit." "Misschien, maar ik vind dat wat eng."
"Ik help je wel. Samen lukt het ons," zei Riley met een glimlach. Samen liepen ze naar binnen. In de keuken zaten Julie's
moeder, Morgan en het medium aan de tafel. Julie's moeder huilde. Morgan trooste haar en huilde zachtjes. Het medium hield
haar ogen dicht. Julie keek Riley aan. Riley knikte. Ze liep naar de tafel en ging op de lege stoel zitten. De stoel schoof
wat naar achter. Moeder en Morgan schrokken op. Het medium opende haar ogen en keek naar de stoel. Ze glimlachte. "Ze is hier
nu bij ons," zei het medium rustig. "J-Julie?" vroeg Julie's moeder voorzichtig. Julie keek naar het medium. "Ik wil weten
wat er met mijn vader is gebeurd." Het medium knikte. "Julie vraagt naar haar vader." Julie's moeder schudde haar hoofd. "Ik
kan pas naar het licht als ik het weet..." zei Julie. "Ze zegt dat ze pas naar het licht kan als ze het weet." "Ik kan het
niet zeggen..." antwoordde Julie's moeder toen. Ze keek naar de grond. "Ik leg het wel uit aan Julie," zei Morgan
uiteindelijk. Moeder knikte. Morgan keek naar de stoel. "Vroeger woonden wij aan de andere kant van het land. Met vader. Jij.
Ik. Mam. Pap. En onze broer Timmy," begon ze te vertellen. "Maar vader ging niet goed met ons om. Hij mishandelde jou, mij en
mam. Mam heeft vaak om hulp gevraagd, maar die is nooit gekomen. Nooit geloofde iemand die verhalen. En elf jaar terug, toen
was jij drie jaar, ik acht en Timmy zes. Elf jaar terug ging het fout... mam, jij en ik werden nog steeds mishandeld. En
Timmy werd gedood. Toen zijn mam en ik met jou hierheen gevlucht. Zo ontkwamen we aan vader. En we wilden je nooit wat zeggen
over hem..." Na het hele verhaal aangehoord te hebben, stroomden de tranen over haar wangen. Altijd was Julie er boos om en
haatte ze haar moeder omdat die alles stilhield over haar vader. Julie stond op. Ze legde een hand op haar moeders schouder.
"Het spijt me, mam..." zei Julie zacht. "Het spijt mij ook, schat."
Julie zag licht en draaide zich om. "Ik kan het Licht zien," zei ze toen. "Ze ziet het Licht," zegt het medium. "Oh,
gelukkig. Julie. Ga er maar naartoe..." zei haar moeder. "Wij zien elkaar later ook daar, in het Licht." Julie keek om naar
Riley. "Bedankt voor al je hulp, Riley." "Graag gedaan, Julie. Ik ben blij dat ik kon helpen." Julie liep naar het Licht.
Maar ze bleef er vlak voor staan. Er stond een klein jongetje. "Kom je, zus? Dan gaan we naar onze familie in het Licht!"
Julie lachte. "Timmy..." zei ze en ze liep met Timmy mee het licht in.
Geschreven door: Brenda (15)
















