De steenhouwer

Er was eens een steenhouwer. Elke dag ging hij de bergen in om stenen uit de rotsen te hakken. Onder zijn werk zong de steenhouwer altijd vrolijk, want hij was tevreden met zijn leven, hij had genoeg te eten en geen zorgen.
Op een dag moest hij een partij stenen afleveren bij een villa van een zeer rijke man. Toen hij het prachtige huis zag bekroop hem voor de eerste keer in zijn leven een kwellend verlangen. "Zo rijk zou ik ook willen zijn," zuchtte hij. "Dan hoefde ik niet meer zo te zweten om in mijn levensonderhoud te voorzien."
Groot was zijn verbazing toen hij een stem hoorde zeggen: "Je wens zal vervuld worden, vanaf nu zul je krijgen wat je verlangt."

De steenhouwer wist natuurlijk niet wat hij hiervan moest denken. Had hij gedroomd? Maar toen hij die middag thuiskwam zag hij op de plek waar zijn oude hut altijd had gestaan een prachtige villa. De steenhouwer stopte met werken en begon het leven van de rijken te leven.

Toen hij op een broeierige middag uit zijn raam keek en de koning langs zag rijden in zijn prachtige koets, mompelde hij: "Was ik maar de koning, dan zat ik nu in de koele koets." Meteen werd zijn wens vervuld. Maar in de koets was het veel warmer dan hij had gedacht. Hij keek uit het raam en verwonderde zich over de kracht van de zonnestralen, die zelfs door de dikke wanden van de koets heen konden breken. "Was ik maar de zon..." zuchtte hij. Weer werd zijn wens vervuld. En nu stuurde hij golven van hitte het heelal in.

Een tijdje had hij geen wensen. Maar op een regenachtige dag probeerde hij vergeefs door een dik wolkendek heen te breken, en vervolgens wenste hij een wolk te zijn die de macht had om de zon tegen te houden. En hij werd een wolk. Dat betekende dat hij na een tijdje regen werd. Hij viel op de aarde, stroomde langs een helling omlaag, tot een machtige rotsblok hem dwong tot een omweg. "Wat?!" riep hij uit. "Zo'n rots is machtiger dan ik? Goed, dan wil ik een rots zijn!"

Daar stond hij nu, op de berghelling, rots te zijn. Hij had nauwelijks tijd zich te verheugen over zijn nieuwe vorm, toen hij plots een krakend geluid hoorde, dat ergens van onderen kwam. Hij keek omlaag en tot zag tot zijn grote schrik een man die bezig was stukken uit hem weg te hakken. "Wat?! Die man is sterker dan ik...!?"
Dus werd hij weer een steenhouwer, die de bergen in ging om stenen te hakken, onder de hete zon en in de plenzende regen, maar altijd met een lied op zijn lippen, want hij was tevreden met wat hij had en wat hij was.

Bron: Sleutels tot het hart, verhalen en parabels uit Oost & West, Erich Kaniok